Sociaal-economischestatus (SES) wordt in de gezondheidspsychologie vaak behandeld als een achtergrondkenmerk, van individuen of van steekproeven – iets om voor tecontroleren in plaats van te begrijpen. Ook het eindeloos aantonen dat erverschillen zijn tussen SES op gezondheidsvariabele helpt ons niet om deinvloed van SES te begrijpen. Pogingen om interventies voor men name lage SES te ontwikkelen omvatten vaak “meer van hetzelfde” en zijn meestal nietgebaseerd op een dieper begrip van deze variabele. Zo blijven gezondheidsongelijkheden bestaan en veel interventies bereiken niet degenen die ze het hardst nodig hebben.
Een belangrijkereden voor deze suboptimale toestand is methodologisch: veel klinisch en psychosociaal onderzoek is onevenredig gebaseerd op steekproeven met een hogere SES. Deze groepen zijn gemakkelijker te werven, meer vertrouwd met onderzoeksomgevingen en hebben meer vertrouwen in academische en gezondheidsinstellingen.Als gevolg daarvan weerspiegelen interventies vaak de waarden, middelen enaannames van een hogere SES, waardoor groepen met een lagere SES ondervertegenwoordigd zijn in zowel de gegevens als het ontwerp: Lagere SES worden gekeken met de bril van hoge SES.
Onze studie wilde deze kloof aanpakken door SES te conceptualiseren als een (sub)cultuur waarin individueel gedrag vorm krijgt op grond van collectievewaarden en groepspositie-specifieke sociale vergelijkingen: wat is SES intermen van culturele dimensies, waarden en sociale vergelijking? En in plaatsvan te vertrouwen op één enkele indicator, meestal inkomen, opleiding en beroep,hebben we SES geoperationaliseerd als de combinatie van die variabelen,waardoor we een realistischer sociaaleconomisch profiel konden vaststellen.
Om de culturele en psychologische dimensies van SES te onderzoeken, werdende deelnemers geïnterviewd over individualisme en collectivisme, fundamentele menselijke waarden, sociale vergelijking, vertrouwen in de overheid, vertrouwenin e-gezondheid en kennis van gezondheidsinnovatie. Hierdoor konden we verdergaan dan structurele indicatoren en onderzoeken hoe de sociaaleconomische positie wordt ervaren, geïnterpreteerd en verankerd in alledaagse overtuigingenen attitudes die binnen de subcultuur worden doorgegeven.
We hebben op basis van enquêtes face-to-face interviews gehouden met 322 burgers in de noordelijke provincies van Nederland. In plaats van deelnemers tewerven via institutionele kanalen, hebben we mensen actief benaderd inalledaagse openbare ruimtes, zoals markten, winkelcentra, woonwijken entreinstations. Ons veldwerk bracht ons naar Groningen, Leeuwarden, Stadskanaal,Oude Pekela, Winschoten, Scheemda, Veendam, Delfzijl, Appingedam, Hoogezand,Ter Apel en Kollum.
Tijdens het verzamelen van de gegevens kwamen verschillende uitdagingen naar voren. Veelvoorkomende redenen om niet mee te doen waren uitspraken als “Het verandert toch niets”, “Mijn mening telt niet mee”, en “Dit is niets voormij”. Deze reacties weerspiegelden teleurstelling, wantrouwen tegenover instellingen en een gevoel van machteloosheid. Onderzoekers gingen dezeuitdagingen aan door leden van de groep in te schakelen als tussenpersonen endoor herhaaldelijk dezelfde locaties te bezoeken om vertrouwdheid en vertrouwen op te bouwen. Door volhardende inspanningen hebben we een sociaalrepresentatieve steekproef verkregen die aansluit bij de nationale statistiekenover etniciteit, geslacht, leeftijd, inkomen en opleidingsniveau.
Door een gezamenlijke operationalisering van SES te combineren met inclusieve gegevensverzameling ter plaatse, wil deze studie een meer sociaal gefundeerd begrip van sociaaleconomische verschillen in gezondheid opbouwen.
Benieuwd naar de resultaten? Het manuscript wordt momenteel opgesteld –houd ons in de gaten.






